Democraten 66

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Democraten 66
D66logo.png
Partijvoorzitter Ingrid van Engelshoven
Partijleider Alexander Pechtold (lijst)
Fractieleider Eerste Kamer Gerard Schouw
Fractieleider Tweede Kamer Alexander Pechtold
Delegatieleider Europees Parlement Sophie in 't Veld
Zetels in de Eerste Kamer
Zetels in de Tweede Kamer
Zetels in het Europees Parlement
Oprichting 1966
Richting Centrum-links
Ideologie Sociaal-liberalisme, Vrijzinnig
Jongerenorganisatie Jonge Democraten
Wetenschappelijk Bureau Kenniscentrum D66
Europese fractie ALDE
Europese organisatie ELDR
Internationale organisatie LI
Website www.d66.nl
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Democraten 66 (D66) (officiële naam: Politieke Partij Democraten 66; vroeger afgekort als D'66) is een Nederlandse politieke partij van sociaal-liberale signatuur [1] [2]. De partij is opgericht op 14 oktober 1966 door 44 personen (van wie 25 in andere partijen actief waren geweest)[3].

Initiatiefnemers waren de journalist van het Algemeen Handelsblad Hans van Mierlo, die partijleider werd, en Amsterdams VVD-gemeenteraadslid en fractie-voorzitter Hans Gruijters.[3]

Inhoud

[bewerken] Ontstaan en geschiedenis

De oprichting op 14 oktober 1966 werd voorafgegaan door het Appèl '66. D66 legde met name de nadruk op democratisering van de samenleving en een nieuw partijenstelsel. Daarnaast benadrukte de nieuwe partij geestelijke vrijheid en individuele ontplooiing. Bij de Kamerverkiezingen in 1967 behaalde de partij meteen 7 zetels; opvallend in een tijd waarin eerder kleine verschuivingen plaatsvonden.

[bewerken] Keerpunt '72

In 1971 steeg D66 naar 11 zetels, in een alliantie met de PPR en de PvdA. Van Mierlo streefde naar een Progressieve Volkspartij. Deze vorming mislukte en in 1972 zakte de partij naar 6 zetels. Na de formatie van het kabinet (waaraan D66 deelnam) trad Van Mierlo af als fractievoorzitter, vanwege onvoldoende steun in de fractie, ten gunste van Jan Terlouw. De nog desastreuzer verlopen Statenverkiezingen in 1974 leidden tot een grote crisis in de partij. Veel leden zegden op, en er werd getwijfeld aan het bestaansrecht van de partij. De meerderheid van de leden was voor het opheffen van de partij, maar de vereiste tweederdemeerderheid werd niet gehaald.

[bewerken] Een redelijk alternatief

Nadat de partij een jaar lang vrijwel niet actief geweest was werd in 1975 toch besloten de partij nieuw leven in te blazen. Onder leiding van Jan Glastra van Loon en Jan Terlouw werd een nieuwe koers uitgezet, die zich minder richtte op bestuurlijke vernieuwing, Terlouw benadrukte een liberalere profilering. De partij kreeg weer nieuw elan, en wist veel nieuwe leden te werven (op het dieptepunt waren er nog maar een paar honderd leden). Terlouw wist de leden te motiveren door 60.000 handtekeningen te eisen alvorens zich beschikbaar te stellen als lijsttrekker. D66 ging zich presenteren als het "redelijk alternatief" voor de gepolariseerde CDA en PvdA. Dit leverde D66 bij de verkiezingen in 1977 zelfs 2 zetels winst op.

Vanaf 1977 voerde D66 succesvol oppositie tegen het kabinet-Van Agt I. Onder Terlouw won de partij de verkiezingen van 1981 met 17 zetels. D66 trad toe tot een coalitie met het CDA en de PvdA. Dit ging echter niet lang goed. Het kabinet werd gekenmerkt door tal van conflicten en kreeg de naam "vechtkabinet". In 1982 trok de PvdA zich terug uit de regering. D66 bleef in de regering. Dit werd door de eigen aanhang niet begrepen en de partij zakte naar 6 zetels.

[bewerken] Andere politiek

In een poging de partij opnieuw uit de malaise te halen keerde Van Mierlo terug als partijleider. Hij pleitte voor een opheffing van de polarisatie tussen de PvdA en de VVD en richtte zich meer op individuele ontplooiing, en thema's als milieubehoud, technologische vernieuwing en vrouwenemancipatie. De herleving van de partij was succesvol en de partij behaalde in 1986 9 zetels en in 1989 12 zetels. Programmatisch paste D66 goed in de nieuwe coalitie van CDA en PvdA, maar Ruud Lubbers wilde de Democraten er niet bij hebben.

De partij bleef in de oppositie en dit legde geen windeieren. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1990 en de provinciale Statenverkiezingen van 1991 boekte D66 forse winst. D66 was een serieuze machtsfactor geworden en in bijna alle grote steden kwam men in het college. De WAO-crisis die de coalitie in de zomer van 1991 op scherp zette, stuwde de populariteit van D66 naar grotere hoogten. Volgens sommige peilingen zou D66 op een bepaald moment zelfs 38 zetels halen. De groeiende invloed van D66 gaf op dat moment ook vooruitzichten op nieuwe machtsverhoudingen in de Nederlandse politiek. In 1992 presenteerden de Jonge Democraten, Jonge Socialisten en de JOVD al een "paars" akkoord voor een kabinet zonder het CDA. Iets dat tot dan toe voor onmogelijk werd gehouden.

[bewerken] De Paarse kabinetten

De werkelijkheid van het paarse kabinet bleek in 1994 dichterbij dan gedacht. D66 won de verkiezingen fors. Het zeteltal werd bij de verkiezingen van 1994 verdubbeld tot 24 zetels. Maar ook het verlies van het CDA (20 zetels) speelde mee. De PvdA wist, ondanks een zware nederlaag, onverwachts de grootste partij te worden. Het was onmogelijk om een tweepartijenkabinet te vormen waardoor de positie van D66 cruciaal was geworden.

D66 stuurde aan op de vorming van een kabinet zonder het CDA. De formatie ging maar moeizaam en mislukt in eerste instantie. Onderhandelingen met het CDA liepen echter ook op niets uit. In een tweede poging slaagde D66 er in om voor het eerst sinds de Eerste Wereldoorlog een coalitie zonder confessionele partij(en) te vormen: PvdA, VVD en D66 vormden samen de eerste paarse coalitie.

Hans van Mierlo werd minister van buitenlandse zaken en vice-premier. De andere D66-bewindslieden waren Hans Wijers op Economische Zaken, Winnie Sorgdrager op Justitie en Els Borst op Volksgezondheid. Gerrit-Jan Wolffensperger werd de nieuwe fractievoorzitter.

De nieuwe coalitie kon enkele liberale wensen vervullen die altijd door de Christen-democraten werden tegengehouden. Zo werd een verruiming van de winkeltijden, jarenlang in de Tweede Kamer bepleit door Louise Groenman, door Wijers in wetgeving omgezet. Borst regelde de donorregistratie en de euthanasie. Ook het homohuwelijk werd onder Paars door Nederland als eerste land ter wereld ingevoerd.

Hoewel het kabinet erg populair was, wist D66 er niet van te profiteren. In 1998 verloor de partij 10 zetels. Lijsttrekker was Els Borst. In het tweede paarse kabinet werd zij vice-premier. Minister van Landbouw Apotheker werd tussentijds vervangen door Laurens-Jan Brinkhorst. De derde minister was Roger van Boxtel, die het grotestedenbeleid overnam van staatssecretaris Jacob Kohnstamm. Thom de Graaf werd fractievoorzitter in de Tweede Kamer.

D66 zette bij de formatie zwaar in op zijn "kroonjuwelen": de wensen tot staatsrechtelijke vernieuwing. In het regeerakkoord werd daarom opgenomen de invoering van het correctief referendum, de mogelijkheid voor burgers om met 600.000 handtekeningen een al aangenomen wet te onderwerpen aan een volksuitspraak. De betreffende wet werd in de Tweede Kamer goedgekeurd, maar in 1999 in de Nacht van Wiegel in de Eerste kamer verworpen. Het kabinet trad af, maar werd gelijmd, iets dat de partij veel kritiek opleverde.

Aantal D66-zetels

[bewerken] Na paars

De regeringsdeelname leidde onder de nieuwe partijleider Thom de Graaf in 2002 tot een tweede nederlaag (7 zetels). D66 ging de oppositie in, en bij de verkiezingen van 2003 zakte de partij verder naar 6 zetels. De Graaf trad terug en werd opgevolgd door Boris Dittrich.

[bewerken] Coalitievorming 2003

In het voorjaar van 2003 besloot D66 deel te nemen aan het kabinet-Balkenende II, met de VVD en het CDA. Dit terwijl D66 deelname aan een coalitie met CDA en VVD uitdrukkelijk had uitgesloten. Nadat de onderhandelingen tussen Wouter Bos en Jan Peter Balkenende mislukt waren maakte D66 echter een coalitie met CDA en VVD mogelijk en voorkwam aldus dat de LPF opnieuw, of de ChristenUnie en de SGP voor het eerst in de regering zouden komen. Van het typische D66 speerpunt bestuurlijke vernieuwing kwam weinig terecht, waarop verantwoordelijk minister De Graaf uit het kabinet stapte. Hij werd tussentijds opgevolgd door Alexander Pechtold.

[bewerken] Interne en kabinetscrises in 2006

Campagneposters van D66 voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006

In 2006 ontstond een crisis binnen de partij, naar aanleiding van verliezen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Sommige leden, die ontevreden waren over de als rechts ervaren koers van Balkenende-II (vooral het immigratie- en integratiebeleid van minister Verdonk), pleitten voor opheffing van de partij; enkele leden maakten bekend zich af te zullen splitsen onder de naam deZES, wat mislukte. Op het drukbezochte D66-congres van 13 mei werd een motie om uit het kabinet te stappen evenwel door een meerderheid verworpen.[4] De aangekondigde motie om de partij op te heffen werd niet ingediend.

Niet lang daarna speelde de lijsttrekkersverkiezing. De belangrijkste kandidaten waren minister Alexander Pechtold en fractievoorzitter Lousewies van der Laan. In deze twee weken durende nek-aan-nek race liepen de emoties hoog op en was het moddergooien niet van de lucht. Ook dit leverde D66 schade op. Alexander Pechtold kwam als winnaar uit de bus.

Op 29 juni 2006 veroorzaakte de partij een kabinetscrisis door een motie van afkeuring tegen Minister Verdonk te steunen en haar vertrek te eisen. [5] De motie werd verworpen doordat de LPF de coalitie wel steunde. In een vervolgdebat bleek dat het gehele kabinet (inclusief D66-ministers Laurens Jan Brinkhorst en Alexander Pechtold) van mening was dat aan de verworpen motie geen conclusies verbonden hoefden te worden. Daarop trok de D66-Kamerfractie de politieke steun voor het kabinet in en stappen de D66-ministers op. Vervolgens stelden de andere ministers hun portefeuille ter beschikking.

Op 6 oktober 2006 sprak de D66 oprichter Hans van Mierlo openlijk zijn twijfel uit over de toekomst van de partij. Volgens Van Mierlo had de partij haar geloofwaardigheid verloren door als coalitiepartner in Balkenende II geen breekpunt te maken van het beleid van VVD-minister Rita Verdonk. In het tv-programma EénVandaag zei hij dat de partij zich moest afvragen 'of het na veertig jaar genoeg is geweest'. Op het 40-jaar jubileumcongres, een dag later, noemde hij D66 echter nog steeds hard nodig.

[bewerken] Oppositie en tekenen van herstel

Hoewel enkele weken voor de verkiezingen enkele peilingen nul zetels aangaven, wist D66 op 22 november 2006 toch met 3 zetels in de Tweede Kamer terug te keren. Deze waren voor Alexander Pechtold, Boris van der Ham en Fatma Koser-Kaya (die met voorkeursstemmen boven Bert Bakker uitkwam). Ook tijdens de provinciale verkiezingen in maart 2007 kreeg de partij een forse klap en verdween in enkele provincies geheel uit de Staten. In de senaat wist D66 door een lijstverbinding nog wel met 2 zetels terug te keren. Deze waren voor Gerard Schouw en Hans Engels (de laatste wist door voorkeursstemmen boven Boele Staal uit te komen). Hoewel de schade na de laatste nederlagen aanzienlijk was besloot de partij door te gaan.

In 2007 maakte een commissie onder leiding van Louise Groenman het rapport "Verloren vertrouwen en de weg naar herstel", een grondige analyse van twaalf jaar verkiezingsnederlagen. Het rapport "Klaar voor de klim" was een plan van aanpak om D66 organisatorisch weer op de rails te krijgen, door onder andere het instellen van een permanente programmacommissie en een opleidingstraject voor nieuwe vertegenwoordigers. In mei 2007 werd Ingrid van Engelshoven als nieuwe voorzitter gekozen om de voorstellen te implementeren.

In de oppositie trachtte D66 zich vanaf 2007 te laten zien als alternatief van het kabinet Balkenende IV. D66 verweet het kabinet besluiteloosheid op tal van belangrijke thema's. Bovendien beschouwde D66 het gevoerde beleid als betuttelend en bemoeizuchtig. Daarnaast ageerde D66 ook veelvuldig tegen de politiek van Geert Wilders en zijn PVV.

In peilingen was in 2007 een licht herstel te zien en ook boekte de partij over dat jaar weer een lichte ledenwinst, een trend die zich steviger doorzette in 2008. In het voorjaar van 2008 won D66 ook in de peilingen weer aan populariteit. De laatste peilingen van dat jaar lieten 11 zetels (Synovate)[6] en 16 zetels (Maurice de Hond)[7] zien. In week 39 van het jaar 2009, de week na Prinsjesdag, waren dit voor Synovate en Peil zelfs respectievelijk 18 en 24 zetels.[8][9]

De eerste fysieke tekens van het herstel waren er in de Europese parlementsverkiezingen 2009. De partij, met Europarlementariër Sophie in 't Veld als lijsttrekker, koos een enigszins polariserende campagne voor een positieve benadering van Europa en manifesteerde zich als groot voorstander voor een intensievere samenwerking. "Europa? Ja!" luidde de slogan. D66 behaalde uiteindelijk 3 zetels en wist zo voor het eerst in 15 jaar weer winst te behalen in de verkiezingen. In enkele grote steden, waaronder Amsterdam, Utrecht, Delft, Leiden en Arnhem haalde de partij zelfs de meeste stemmen. De nummers twee en drie van de kieslijst waren Gerben-Jan Gerbrandy en Marietje Schaake.

[bewerken] Standpunten

[bewerken] Ideologie en reden van bestaan

De plaats van D66 in de Nederlandse politieke ruimte in 2006 volgens André Krouwel

De bestaansgrond is binnen D66 van meet af aan een discussiepunt geweest. Volgens het eerste partijcongres moest D66 streven naar een radicale democratisering van de Nederlandse samenleving in het algemeen en van het Nederlandse politieke bestel in het bijzonder. De nadruk heeft lange tijd gelegen op de laatste component, de staatsrechtelijke vernieuwing. Speerpunten daarbij zijn het referendum, afschaffing van de Eerste Kamer, directe verkiezingen van de minister-president en burgemeesters, en de invoering van een gematigd districtenstelsel. Mede-oprichter Van Mierlo was dan ook een exponent van het democratisch radicalisme, een stroming die in de negentiende eeuw was vermalen tussen socialisme en liberalisme. Hij had weinig op met bespiegelingen omtrent de visie en maatschappijbeschouwing van D66. Ideologieën hadden immers afgedaan en D66 was vooral een pragmatische partij. Na de periode Terlouw, die de partij als 'redelijk alternatief' wel meer in een eigen traditie trachtte te plaatsen met aandacht voor milieu, sociale vraagstukken en technologie, kwam Van Mierlo midden jaren tachtig terug met zijn rede 'Een reden van bestaan'. De primaire bestaansgrond lag volgens deze rede nog steeds in de politieke vernieuwing.

Aan het eind van de twintigste eeuw kwamen de kaarten wat anders te liggen. Nadat het anti-dogmatische van de partij een heel eigen dogma leek te zijn geworden, wist de groep Opschudding in 1998 dit dogma te doorbreken en slaagde ze er als eerste in de partij een ondertitel mee te geven. D66 heet vanaf dan sociaal-liberaal. Opschudding verwoordde het zo: "D66 bestaat als sociaal-liberale partij om een duurzame, democratische en open samenleving op te bouwen, waarin de mens zich ontplooit in solidariteit met anderen.". Hiermee plaatste de partij zich in de vrijzinnige internationale politieke hoofdstroom van het progressief liberalisme en in de politieke filosofie van het ontplooiingsliberalisme. Dit legde de partij vast in haar statuten en in de "Uitgangspunten van D66".

Met deze inbedding in het progressief liberalisme had D66 een tweede reden van bestaan. Deze tweede reden verving de eerste echter niet, de eerste ging er in wezen in op. Het ontplooiingsliberalisme stelde de vrije maar verantwoordelijke mens centraal. En het wil de mens, in gelijkwaardigheid tot elkaar, invloed geven om zelf invulling te geven aan het leven en de maatschappij. Voor dat laatste is openheid en democratie noodzakelijk en daardoor wordt de oorspronkelijke bestaansgrond ook door de tweede geïmpliceerd.

Met deze oriëntatie op het progressief liberalisme zou D66 als een herleving van de Vrijzinnig Democratische Bond kunnen worden beschouwd. De VDB ontstond in 1901 door een afsplitsing van de Liberale Unie en ging in 1946 in het kader van de zogeheten 'doorbraak' op in de PvdA.

[bewerken] Kroonjuwelen

In het nagestreefde beleid van de Democraten is regelmatig sprake van de 'Kroonjuwelen'. Op dit moment zijn deze kroonjuwelen er nog wel, maar leiden ze een slapend bestaan. Ze worden onderhouden; volgens D66 heeft het geen zin er iedere keer weer mee te komen, omdat het mensen te lang heeft geduurd, maar blijft het een actueel onderwerp[10]:

[bewerken] Europa en internationaal

D66 manifesteert zich als de meest Europese partij van Nederland, zo pleit de partij voor een federaal Europa in het pamflet 'De Verenigde Staten van Europa'. D66 is lid van de Liberale Internationale (LI) en van de Partij van Europese Liberalen en Democraten (ELDR).

D66 is mede-oprichter van het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie, een organisatie van zeven Nederlandse politieke partijen die democratiseringswerk steunt in 17 landen.

Ter onderscheiding wordt D66 wel eens ingedeeld als progressief-liberaal en de VVD als conservatief-liberaal.
In Europees verband wordt sinds 1984 net als de VVD het Europees verkiezingsprogramma gevolgd van de Partij van Europese Liberalen en Democraten (en Radicalen) (ELDR) en samengewerkt in één liberaal-democratische fractie in het Europees Parlement als D66-delegatie en VVD-delegatie.
Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009 was er een lijstverbinding tussen D66 en VVD, hetwelk resulteerde in 3 Parlementszetels voor de D66-delegatie (was 1) en 3 EP-zetels voor de VVD-delegatie (was 4). De fractie van Europees Liberalen en Democraten is vanaf 2004 omgedoopt in Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE). Sinds 2009 is het de de derde fractie in het Europees Parlement, met 83 van de 736 zetels.
N.B. hiervan zijn tevens vijf Belgische Europarlementariërs lid: de Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD)/Vivant (3 zetels) en de Mouvement Réformateur (MR) (2 zetels).

[bewerken] Volksvertegenwoordigers en bestuurders

[bewerken] Tweede Kamer

Tweede Kamerlid Boris van der Ham

De Tweede Kamerfractie van de D66 bestaat sinds de verkiezingen van 2006 uit drie personen:

1rightarrow.png Alle (voormalige) Tweede Kamerleden voor D66

[bewerken] Eerste Kamer

De Eerste Kamerfractie van de D66 bestaat sinds de verkiezingen van 2007 uit twee personen[3]:

1rightarrow.png Alle (voormalige) Eerste Kamerleden voor D66

[bewerken] Provincies

Commissaris van de Koningin:

  • Op dit moment: geen
Zetelverloop in de Eerste Kamer

Provinciale Staten:

Provincie Stemmen (%) Zetels
Utrecht 4,0% 2
Noord-Holland 3,8% 2
Zuid-Holland 2,6% 1
Groningen 2,6% 1
Gelderland 2,3% 1
Limburg 2,3% 1
Noord-Brabant 2,1% 1
Flevoland 2,1% 0
Drenthe 1,9% 0
Overijssel 1,6% 0
Friesland 1,3% 0
Zeeland 1,3% 0

[bewerken] Europees Parlement

Hans van Mierlo
Jan Terlouw
Els Borst
Thom de Graaf
Alexander Pechtold

De delegatie van D66 in het Europees Parlement maakt net als de VVD deel uit van de fractie van Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa. D66 heeft sinds de verkiezingen van 2009 drie leden in het Europees Parlement:

Ten opzichte van de Europese Parlementsverkiezingen van 2004 won D66 twee zetels.

1rightarrow.png Zie ook lijst van D66-Europarlementariërs voor de periode 2004-2009
1rightarrow.png Alle (voormalige) Europees Parlementsleden voor D66

[bewerken] Bijzondere functies

Leden in de Raad van state

Ministers van staat

SER-leden

[bewerken] Gemeenten

Ongeveer 25 burgemeesters in Nederland zijn van D66-huize. Voorbeelden zijn Thom de Graaf (Nijmegen), Albertine van Vliet-Kuiper (Amersfoort), Ernst Bakker (Hilversum), Onno van Veldhuizen (Hoorn), Arnold Gerritsen (Zutphen) en Franc Weerwind (Velsen), de eerste Nederlandse burgemeester van Surinaamse afkomst.

De partij heeft daarnaast ongeveer 30 wethouders, 144 gemeenteraads- en 16 deelgemeenteraadsleden (14 in Amsterdam, 2 in Rotterdam).

[bewerken] Waterschappen

De waterschapsverkiezingen in november 2008 vinden voor het eerst plaats met behulp van een lijstenstelsel in plaats van het personenstelsel dat voorheen gehanteerd werd. D66 neemt niet deel aan de waterschapsverkiezing, maar ondersteunt in alle waterschappen de groenblauwe groepering Water Natuurlijk, omdat zelfstandige deelname vanwege de kiesdrempel van 5% geen reële kans op een zetel zou creëren. [11]


[bewerken] Bewindslieden

1rightarrow.png Zie lijst van bewindslieden voor D66 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

D66 heeft aan zes kabinetten deelgenomen. De volgende personen zijn vice-premier geweest:

[bewerken] Ledenverloop

Ledenaantallen D66
Ledenaantal D66[12]
Jaar Ledenaantal Jaar Ledenaantal Jaar Ledenaantal Jaar Ledenaantal
1966 1.500 1977 4.410 1988 8.543 1999 12.027
1967 3.700 1978 8.424 1989 --- 2000 11.878
1968 3.850 1979 11.677 1990 9.829 2001 11.188
1969 5.075 1980 14.638 1991 11.325 2002 12.188
1970 6.400 1981 17.765 1992 13.000 2003 12.711
1971 5.620 1982 14.500 1993 14.500 2004 13.507
1972 6.000 1983 12.000 1994 15.000 2005 12.827
1973 6.000 1984 8.774 1995 15.000 2006 11.065
1974 300 1985 8.000 1996 13.230 2007 10.299
1975 667 1986 8.300 1997 13.747 2008 10.357
1976 2.000 1987 8.700 1998 13.391 2009 12.432

Op 29 mei 2009 verwelkomt D66 haar 15.000e lid [13]. Hiermee is een groei gemaakt van 20% ten opzichte vanaf januari 2009. Op het Najaarscongres van 2009 op 7 november 2009 maakt partijvoorziter Ingrid van Engelshoven bekend dat men verwacht het ledenrecord van 1981 te overtreffen.

[bewerken] Electoraat

Hoewel de aanhang van politieke partijen niet meer vaststaat en verkiezingsuitslagen behoorlijk kunnen schommelen, is D66 globaal genomen een uitgesproken Randstadpartij, die verder haar stemmen hoofdzakelijk in en rond universiteitssteden behaalt. De gemeente waar D66 bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 procentueel de meeste stemmen haalde was Wageningen (4,99%) in de provincie Gelderland, woonplaats van Alexander Pechtold. Eén van de weinige echte bolwerken van de partij is het Noord-Limburgse Gennep, zij het alleen voor de gemeenteraads- en Provinciale Statenverkiezingen.

[bewerken] Jongerenorganisatie

De jongerenorganisatie van D66 heet Jonge Democraten en draagt als ondertitel 'Vrijzinnig-democratische jongerenorganisatie'. Diverse leden van deze organisatie zijn later binnen D66 politiek actief geworden, waaronder Boris van der Ham, Stefanie van Vliet en Jan Paternotte.

[bewerken] Zusterpartijen

D66 maakt deel uit van een wereldwijde familie van sociaal-liberale partijen. Voorbeelden zijn de Britse Liberal Democrats, de Canadese Liberale Partij, de Deense Sociaal Liberalen, de Noorse Liberale Partij, de Zweedse Liberale Volkspartij, het Vlaamse SLP, de Franse Linkse Radicalen, de Italiaanse Radicalen en de Poolse Democraten.

[bewerken] Bekende leden

[bewerken] Literatuur

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. . De Democraten D66 noemen zichzelf progressief, sociaal-liberaal en ook wel vrijzinnig
  2. "Richtingwijzers voor een progressieve sociaal-liberale visie", D66.nl - bezocht op 27 november 2007.
  3. a b c Parlement.com - D66
  4. Congres: D66 moet niet uit kabinet stappen. NRC Handelsblad, 13 mei 2006. URL bezocht op 13 mei 2006.
  5. D66 zegt vertrouwen in minister Verdonk op. D66, 29 juni 2006. URL bezocht op 29 juni 2006.
  6. Synovate Politieke Barometer - URL bezocht 01 jan 2009
  7. Peil.nl - URL bezocht 01 jan 2009
  8. Peil.nl - bezocht 01 okt 2009
  9. Synovate Politieke Barometer - bezocht 01 okt 2009
  10. Aldus Edo Spier (lid van D66 sinds '66), in NOVA / DHV: Het Pechtold-effect goed voor D66
  11. d66.nl - Waterschapsverkiezingen
  12. D66 - ledentallen (Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen)
  13. D66 verwelkomt 15.000e lid! (D66)
Persoonlijke instellingen