Heerlijkheid Culemborg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Heerlijkheid Culemborg
1318 — 1555  
Kaart
Graafschap culemborg Ducatus Geldria 1634.jpg

(1634.)
Algemene gegevens
Hoofdstad Culemborg
Oppervlakte km²
Talen Diets (Middelnederlands), Nederlands
Regering
Regeringsvorm Heerlijkheid
Staatshoofd Heer
1,4: Culemborg; 2,3: Werth; hart: Pallandt

De heerlijkheid Culemborg of Kuilenburg, later verheven tot graafschap, in de huidige provincie Gelderland was een zelfstandige heerlijkheid, die tot 1714 in principe geen deel uitmaakte van de Verenigde Provinciën maar er in de praktijk wel grotendeels van afhankelijk was. Het bestond uit de stad Culemborg en de dorpen Everdingen, Golberdingen en Zijderveld.

[bewerken] Geschiedenis

In 1318 ontving Culemborg van de heer, Jan van Bosinchem, stadsrechten. Naast tolvrijheid op de jaarmarkt hoorde daarbij een opmerkelijke asielmogelijkheid: zolang iemand met schulden in Culemborg verbleef, werd zijn schuldeiser er niet toegelaten (zie verder). Sinds 1344 bezaten de heren van Culemborg ook de heerlijkheid Werth ("Weert") bij Borken. Het wapen van deze heerlijkheid werd opgenomen in het wapen van de heerlijkheid Culemborg.

Kort vóór het overlijden van de laatste vrouwe van Culemborg, Elisabeth van Culemborg (overleden: 9 december 1555 en gehuwd met Antoon I van Lalaing), verhief Karel V de heerlijkheid tot graafschap. Floris van Pallandt, een kleinzoon van haar oudste zuster, erfde het graafschap. Floris was ook heerser in het rijksgraafschap Wittem en speelde een belangrijke rol in de Nederlandse opstand tegen het koninklijk gezag.

In 1639 kwam het graafschap aan graaf Walraad IV van Waldeck-Eisenberg ten gevolge van zijn huwelijk met Anna van Baden-Durlach. De laatste graaf van Waldeck-Eisenberg, Georg Frederik (overleden 1692) liet het graafschap na aan zijn dochter Henriette, die gehuwd was met hertog Ernst van Saksen-Hildburghausen.

Hertog Ernst Frederik I van Saksen-Hildburghausen verkocht het graafschap in 1714 aan de Staten van het Kwartier van Nijmegen, die het op hun beurt in 1748 aan prins Willem IV schonken. De Oranjes voeren nog steeds de titel graaf of gravin van Culemborg.

[bewerken] Naar Kuilenburg gaan

Culemburg was een vrijstaat, waar het Hollandse recht (of het recht van de andere provincies) niet gold. Om zich aan dat recht te onttrekken vluchtte men soms naar Kuilenburg, een oude naam van Culemborg. De uitdrukking: "naar Kuilenburg gaan" betekent zoiets als: zich onttrekken aan zijn verantwoordelijkheden, of failliet gaan.

Persoonlijke instellingen