Bombardement op Nijmegen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Het centrum van Nijmegen na zowel Duitse- en geallieerde bombardementen
foto:1944

Het Bombardement van Nijmegen op 22 februari 1944 is in termen van aantal slachtoffers een van de grootste bombardementen op een Nederlandse stad tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bijna 800 mensen kwamen om het leven, maar waarschijnlijk ligt het aantal doden hoger, omdat onderduikers niet meegeteld konden worden. Een groot deel van de historische binnenstad werd door Amerikaanse vliegers verwoest, waaronder de Grote of Sint-Stevenskerk.

Volgens de geallieerde lezing waren de vliegtuigen op weg naar de Duitse stad Gotha, waar de fabriek stond waar Messerschmitt-vliegtuigen werden gemaakt. Door een aantal externe factoren, waaronder een plotselinge verslechtering van het weer waardoor het zicht beperkt was en de radio stoorde, opvallend fanatieke luchtaanvallen van Duitse vliegtuigen en een vastzittende zendsleutel van een van de radiotelegrafisten, raakte de groep vliegtuigen elkaar snel kwijt. Een deel van de vliegtuigen besloot de vlucht naar Gotha (waarvoor men vier uur moest vliegen over Duits grondgebied) af te breken en op de terugweg naar Engeland op zoek te gaan naar een ander doel. Waarschijnlijk dachten de piloten nog boven Duitsland te vliegen en zagen zij Nijmegen aan voor de Duitse stad Kleef (Kleve).

De Duitse bezetters meldden dat de Nederlandse regering in ballingschap toestemming had gegeven voor het bombardement op Nijmegen en dus dat het een bewust bombardement was.

Ondanks Duitse pogingen het bombardement te gebruiken voor propaganda werden de Amerikaanse bevrijders zeven maanden later als helden ontvangen door de bewoners.

Anno 2006 is er nog steeds geen definitief uitsluitsel over hoe dit bombardement heeft kunnen plaatsvinden, maar er wordt uitgegaan van een vergissing. Een vervolgonderzoek zal ingaan op de gevolgen voor de Nijmeegse bevolking. Zij werd namelijk niet geacht haar gevoelens te uiten, omdat de daders een bevriende natie was. Wellicht zal dit onderzoek, vanaf 1 mei 2006, toch proberen om nogmaals te onderzoeken of het hier een vergissing betrof of dat er wellicht toch opzet in het spel is geweest.

Een aantal oorzaken is onbevraagd gebleven. Zo zouden Arnhem, Enschede en Deventer op dezelfde dag gebombardeerd zijn. De Waalbrug, toch ook een strategisch doel, bleef intact. Verder zou er sprake zijn van laag overvliegende vliegtuigen (bij eerder onderzoek een verworpen aanname) die goed zicht zouden hebben gehad op wat ze aan het bombarderen waren en zouden enkele weken erna in België en Frankrijk ook burgerdoelen bewust zijn gebombardeerd ter voorbereiding van D-Day.

Dat het bombardement geen vergissing was, wordt uiteengezet door Joost Rosendaal, docent geschiedenis aan de Radboud Universiteit, in zijn in 2009 verschenen studie (zie infra onder Literatuur).

[bewerken] Literatuur (o.a.)

  • Joost Rosendaal Nijmegen '44. Verwoesting, verdriet en verwerking, uitg. Vantilt, Nijmegen (2009)
  • Onno Havermans "Het bombardement was geen vergissing - Nijmegen leed zwaar onder de oorlog", in dagblad Trouw, katern Letter&Geest, zaterdag 28 maart 2009, pag. 81.

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen