Graafschap Gelre
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
||||
|
||||
| Algemene gegevens | ||||
| Hoofdstad | Geldern | |||
| Talen | Middelnederlands | |||
| Religie(s) | Christendom | |||
| Regering | ||||
| Regeringsvorm | (Land)graafschap | |||
| Dynastie | Huis Gelre (Flamenses van Wassenberg) | |||
| Staatshoofd | Graaf, vanaf 1096-'98 landgraaf | |||
Het Graafschap Gelre ontstond in 1046 rond de plaats Gelre als eigendom van het geslacht der Flamenses van Wassenberg. In de volgende eeuwen wisten de Gelderse graven hun grondgebied aanzienlijk uit te breiden, vooral met de gebieden die vandaag de dag de provincie Gelderland vormen. Uiteindelijk wordt het gebied in 1339 verheven tot het Hertogdom Gelre.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
De oorsprong van de heerlijkheid ligt in drie plaatsen. Twee hiervan liggen bij de rivier de Niers, namelijk Geldern en Pont. Een derde, meer zuidelijk, is de stad Wassenberg aan de rivier de Roer. Hier ontving de eerste heer, Gerard van Antoing uit Henegouwen, in 1021 van keizer Hendrik II het land van Gelre.
[bewerken] Wassenberg, de Flamenses en Gelre
Wassenberg was een allodiale residentie die de Flamenses, de rechte voorzaten van de graven van Gelre, rond 1020 van de keizer kregen toegewezen toen zij zich in de Vlaamse contreien waaruit zij afkomstig waren, niet meer konden handhaven. De immigrant Gerard Flamens kreeg Wassenberg, zijn broer Rutger Kleef, zegt de kroniek van Kloosterrade. Gerard was gehuwd met Bava, dochter van graaf Diederik uit het eerste huis Kleef, Diederik op zijn beurt een zoon van Adela van Hamaland en haar eerste echtgenoot Immed.
Gerard Flamens (de oudere), is vermoedelijk al kort na zijn komst naar de Rijnstreek overleden met nalating van twee zoontjes, Gerard Flamens de jongere, die hem opvolgde, en Diederik I Flamens.
[bewerken] Ontstaan van het graafschap
Aan Wassenberg, gelegen in de Luikgouw, waren geen grafelijkheidsrechten verbonden, de oudste vermeldingen van een (of twee) Gerard(en) Flamens, uit 1033 en [1042-1046], gaan dan ook niet gepaard met de gravenrang. Gravenrechten vielen de Flamenses pas in resp. voor een deel na 1046 toe als gevolg van de rebellie van Godfried 'met de Baard' hertog van Neder-Lotharingen. De rebellie van 'de Baard' verschafte de Flamenses de kans om hun opvolgingsaanspraak, die met Bava was binnengekomen, te verzilveren. Via zijn vader Gozlin/Gozelo I, hertog (1023-1044), had Godfried 'met de Baard' namelijk de graafschappen van het eerste huis Kleef geërfd. Die waren in de familie gekomen door het huwelijk van Gozelo's oudere broer Godfried (II) 'de Vredestichter', hertog (1012-1023) van Neder-Lotharingen, met een waarschijnlijk oudere zuster van Bava. Dat huwelijk bleef echter kinderloos, waarop 'de Vredestichter' zijn ambten heeft toegespeeld aan zijn jongste broer Gozelo.
Zo werd Gerard Flamens de jongere dus vermoedelijk in 1046 de eerste graaf uit het huis der Flamenses in de ressorten van het eerste huis Kleef. Hij overleed toen zijn oudste zoon, Gerard III van Wassenberg, nog minderjarig was, zodat diens oom Diederik tijdelijk is ingesprongen. We kennen Diederik in 1076 als graaf op de Veluwe. In 1082 overleed hij in de kerker van Godfried van Bouillon. Gerard III, die toen de graafschappen overnam, verlegde geleidelijk de Gelderse graaflijke verblijfplaats van Wassenberg, buiten hun ambtsgebied, naar Gelre, binnen hun ambtsgebied gelegen. Hij noemt zich nu eens '(Gerard III) van Wassenberg', dan weer '(Gerard I) van Gelre'. In 1096 werd hij erkend als landgraaf[1].
Het allodium Wassenberg is in de 12e eeuw afgestoten aan de hertogen van Limburg via de bruidsschat van Jutta van Gelre, echtgenote van hertog Walram II van Limburg. In 1118 noemt Gerard II 'de Lange' Wassenberg, waar hij toen een kerk stichtte, nog steeds 'zijn allodium'[bron?].
[bewerken] Opbouw en uitbreiding
De bouw van de nieuwe graaflijke verblijfsplaats in Gelre, dat toen slechts een klein dorp was, werd begonnen. Aan de Niers werd een burcht gebouwd, waaromheen de stad Gelre ontstond. In de dertiende eeuw werd deze ommuurd (stadsrechten in 1229). De graven en vanaf 1339 de hertogen van Gelre zetelden tot 1347 in de stad, die de voornaamste was in het Gelderse Overkwartier. Het grondgebied van het graafschap nam de naam van de hoofdstad over.
De eerste erkende graaf was dus Gerard I van Gelre/Gerard III van Wassenberg (1060-1129). Diens zoon, Gerard II (1090-1131) huwde met Ermgard, dochter van graaf Otto II van Zutphen, en verwierf zo het graafschap Zutphen. Zoon Hendrik I van Gelre (1117-1182) was de eerste graaf van Gelre en Zutphen. Diens zoon Otto I van Gelre (1150-1207) nam deel aan de derde kruistocht. Geleidelijk breidde het Gelders gebied zich uit en in 1248 verwierf graaf Otto II wegens zijn hulp aan Rooms-Koning Willem II de rijksstad Nijmegen. Reinoud I trouwde in 1276 met Irmgard van Limburg, en werd samen met haar hertog over Limburg in 1278, toen Irmgards vader Walram hertrouwde. Toen Irmgard overleed in 1283 kwam Limburg volledig in Gelderse handen. Bovendien had Reinoud I in 1279 het graafschap Kessel, de heerlijkheidsrechten over de linker Maasoever en Mönchengladbach aangekocht.
Aan de Gelderse gebiedsuitbreiding kwam tenslotte een einde met de Slag bij Woeringen in 1288; de eindslag van de Limburgse Successieoorlog die na Irmgards overlijden was ontstaan. Limburg ging verloren aan Brabant. Het graafschap Gelre wordt van 1288 tot 1293 aan de graven van Vlaanderen verpacht (Reinoud I had zich door zijn huwelijk met Margaretha van Vlaanderen in 1286 reeds aan dit graafschap verbonden). De Vlaamse heerschappij heeft bijgedragen aan de bouw van een modern doeltreffend territoriaal bestuur.
Reinoud II huwde Eleonora de dochter van Eduard II van Engeland. Door diens bemiddeling werd Gelre in 1339 door keizer Lodewijk van Beieren tot hertogdom verheven.
[bewerken] Wapen
Het Gelderse wapen is in de loop van de geschiedenis enkele malen veranderd.
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ De oudste vermelding van dit landgraafschap in een keizerlijke oorkonde: MGH Diplomata Henrici IV nr. 459: Gerardus lantgrave, waarmee gedoeld wordt op Gerard III van Wassenberg, die hierbij ook Gerard I van Gelre wordt (handeling in 1096, uitvaardiging oorkonde in 1098). Wellicht heeft de titel betrekking op het gebied van de Wassenbergs in de Teisterbant.